Shopping Cart
hart icoon

‘Wanneer gaan we weer eens echt discussiëren?’

Deel dit blog:

Wie krijgt het meeste water?‘Nu hebben we het tenminste echt ergens over gehad’ of ‘Wanneer gaan we weer eens écht discussiëren?’ De meeste kinderen zijn dol op filosofische gesprekken, want dan gaat het over vragen waarbij het ertoe doet wat je vindt. Ze zijn dan echt betrokken. Al krijgen ze er ook wel een beetje hoofdpijn van.

Kinderen voelen zich betrokken bij gesprekken die draaien om vragen waarbij hun mening een verschil kan maken voor de uitkomst van het gesprek. Dan zitten ze als het ware op het puntje van hun stoel.

Deze betrokkenheid is niet altijd te plannen, want elke groep is weer anders en heeft andere interesses. Maar voor bovenbouwgroepen maak je met een ethische, realistische vraag wel meer kans op deze vibe. Het helpt ook om dan voor werkvormen te kiezen waarbij je dingen tegenover elkaar zet, kortom als de kinderen door de werkvorm echt keuzes moet maken. Voorbeelden hiervan zijn de werkvormen Baas boven baas (Wie is het belangrijkst? Een juf of een brandweerman?) of Welles-Nietes (Wie is wel/niet de baas over je leven?)

Hoofdpijn

Met een morele vraag en een werkvorm die je denken op scherp zet, heb je goede kans dat de kinderen met hoofdpijn eindigen. Dit klinkt misschien niet meteen als een aanbeveling, maar dat is het toch wel.

Zo dacht ik met kinderen eens na over een scenario waarbij er drinkwatertekort is. Na een half uur denken verzuchtte Pascal: ‘Poeh, ik krijg hier wel hoofdpijn van.’

Na even doorvragen bleek dit positief te zijn: ‘Ik moest echt nadenken. Het was heel moeilijk, maar we hadden het wel echt over iets.’

Vond je dat leuk of stom?

‘Leuk,’ riep hij uit, en de anderen knikten stellig mee. Kortom, het was een geslaagde les.

Misschien is het daarom leuk om mee te lezen met dit gesprek. We gingen aan de slag met een variant op de werkvorm Baas boven baas. We gebruikten een fictief scenario dat in de toekomst best wel eens echt zou kunnen gebeuren, namelijk drinkwatertekort.

Hoeveel krijgt deze oude man te drinken?

Op een tafel midden in de kring staan zes glaasjes water. Deze zitten niet even vol, ze lopen op in hoeveelheid. Er liggen ook zes foto’s van verschillende personen. We denken na over de vraag: Wie heeft recht op het meeste water, en wie kan wel met wat minder toe? Lees mee met de gedachtegangen van deze groep kinderen.

Oud versus jong

De eerste twee personen die we bespreken, zijn een baby en een oud mannetje.

Daar zijn de kinderen het eigenlijk snel over eens: ‘De baby heeft langer te leven dan oude mensen, dus de baby moet meer water krijgen.’

‘De oude man moet helemaal onderaan, want hij heeft best lang geleefd en die andere mensen zijn allemaal jonger.’

Er klinken ook tegengeluiden zoals: ‘We moeten goed voor oude mensen zorgen.’

‘Die baby is onze nieuwe generatie,’ brengt Jordy op een gegeven moment in.

Dat lijkt doorslaggevend, iedereen vindt nu dat de baby bovenaan moet liggen.

Dieren hebben ook rechten

Heeft de hond recht op waterNu komt er ook een foto van een hond op tafel te liggen.

‘Onderaan,’ roept Axel beslist.

Daar is Roos het niet mee eens. ‘Dieren hebben ook rechten.’

‘Die oude man is belangrijker dan die hond. Die man kan nog iets voor ons doen.’

‘Een hond ook,’ vindt Mert. ‘Honden werken ook. Als schapenherder bijvoorbeeld of politiehond en andere nuttige dingen en die oude man die werkt niet meer.’

‘Een mens is en blijft toch altijd wel belangrijker dan een dier,’ vindt Jordy.

Dat roept verontwaardiging op bij Jamilla. ‘Whoh, de mens is ook degene die teveel rijdt en de bossen omkapt. Als alle mensen weg zouden zijn, zou er ook geen watertekort zijn!’

Dat zet Jacob aan tot het bedenken van een gedachte-experiment: ‘Als jij in een kamer zit met een geweer en een hond en een mens en je móet iemand doden, dan zou je dus liever jezelf doden? Want… je vindt de hond even belangrijk?’

‘Dat zeg ik niet,’ sputtert Jamilla.

Mert blijft de hond verdedigen. ‘Een hond kan meer werk verrichten dan een oude man. En de oude man heeft sowieso meer kans om dood te gaan. Dus dan moeten we de hond meer water geven.’

Dan komt er nog een nieuw argument bij. ‘Een persoon kan ook heel veel van een hond houden. En wat als dat een eenzaam mens is?’

‘Dan moet zijn baasje het water met zijn hond delen,’ vindt Jordy.

‘Er zijn ook mensen die van de oude man houden,’ zegt Jacob.

Jamilla komt er weer tussen: ‘Als honden dezelfde intelligentie had als mensen, zouden ze dan de mens ook zo laten stikken?’

‘En misschien is die oude man wel heel onaardig!’ roept Mert.

‘Niemand is perfect, iedereen verdient hulp,’ zegt Pascal daarop.

Ziek en belangrijk

Tijd voor een nieuw plaatje. Een man van een jaar of 40 en hij is heel ziek. De dokters weten nog niet of hij beter kan worden.  Dus misschien geef je hem water en gaat hij toch dood. Hij is ook een beroemd uitvinder en is bezig met een uitvinding om water te maken. Hij is dus iemand die misschien het waterprobleem op kan lossen.

‘Hij heeft water nodig om beter te worden. Dus we kunnen hem beter veel water geven. Want zo oud is hij nog niet.’

‘Wat als hij niet beter wordt?’ vraagt Pascal zich af. ‘Dan hebben we dat water verspild.’

‘Mensen die iets proberen te doen aan het klimaat verdienen meer water,’ vindt Jamilla.

‘Maar hij moet niet het meeste water krijgen. Kinderen hebben het meeste recht, want die hebben niet zolang geleefd.’

Roos bekijkt het rationeel. ‘Als je wil overleven als mensen, de mensheid, dan moet deze man het meeste water krijgen. Hij kan als hij beter is het waterprobleem oplossen.’

‘Aha, dus jij kijkt naar de hele mensheid.’

‘Ja, want elke dag gaan wel mensen dood. En je kunt niet naar elk persoon kijken. Dus je moet wel keuzes maken. Dan kun je beter kijken naar de beste oplossing voor de toekomst, voor alle mensen.’

Eten

Heb je recht op water als je hard werkt?We pakken de foto van de boer erbij. ‘Hoe denken we over deze boer? Hij is de hele dag aan het werk om eten voor ons te verbouwen.’

‘Ja, dan denk ik dat die boer toch belangrijker is dan de baby, want anders hebben we niet te eten.’

‘Die zieke man is ook niet nuttig, die ligt daar maar ziek te zijn.’

‘Maar als hij beter is, kan hij heel nuttig zijn.’

Mert kijkt nog eens goed naar de plaatjes en zegt dan: ‘Als het om nuttigheid gaat, dan moet de hond en de baby omgewisseld. Want de hond is nuttiger dan de baby.’

‘Maar een hond wordt minder oud dan een baby. Die baby heeft meer levensjaren voor zich.’

‘Dus nu kijken we naar hoe nuttig je bent én naar de levensverwachting,’ vat ik samen.

‘Ja, dus de oude man krijgt het minste water,’ bedenkt Roos dan.

Dat vindt Jacob problematisch. ‘Nee, want dat is een mens en die is toch wat intelligenter, dus hij moet meer dan de hond krijgen.’

‘Ik ben het er niet mee eens dat hij intelligenter is. Misschien is hij wel helemaal niet slim of dement of heel vergeetachtig,’ brengt Roos in.

Mert verdedigt de hond. ‘Nou, kijk, oude mensen zijn wel heel aardig en zo, maar die kunnen niet zo veel en honden kunnen mensen redden en een schaapskudde bedwingen. En drugs opsporen. Honden kun je trainen en oude mannetjes niet meer.’

Iedereen knikt. De beslissing is gevallen. De oude man moet onderaan.

Dorst!

Dit is het moment waarop Pascal verzuchtte dat hij hoofdpijn heeft gekregen van het denken, maar dat het ook leuk was. Als je nu bang bent dat de kinderen zich belast voelden door deze vraagstelling, dat blijkt eigenlijk uit niets. Met het grootste gemak gaan de kinderen over tot de orde van de dag.

‘Ik heb dorst!’ roept Jacob.

‘Ik ook!’ roepen de andere kinderen in koor.

We verdelen het water, en drinken wat en kijken terug op een interessant gesprek waarbij het écht ergens over ging.

Gratis lesbrief

Wil je ook met deze les aan de slag? Hier vind je de gratis lesbrief.

Tips uit de webshop

 

 

De waardering van www.filosovaardig.nl/webshop-kinderfilosofie/ bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.4/10 gebaseerd op 313 reviews.