Shopping Cart
hart icoon

Filosoferen met je kind brengt kleine geluksmomentjes

Deel dit blog:

‘Mam, hoe ben je de afgelopen vijf jaar veranderd?’ Willemijn Speekenbrink is verrast door de vraag van haar achtjarige dochter Cato. Nog meer verrast is ze door het leuke gesprek dat ontstaat. Het inspireert haar om te gaan filosoferen met Cato. Je leest hier haar verhaal.

Filosoferen met je kindNa het avondeten blijven we altijd nog even aan tafel zitten. Mijn man is iets aan het tekenen, ik blader door mijn tijdschrift.
Cato, onze dochter van 8, zit nog even te kleien. Ze maakt ‘koekjes’. Als ik met een schuin oog naar haar kijk, zie ik dat ze heel intens aan het turen is. Naar mijn theebeker. Net als ik wil vragen of alles goed is, gaat ze weer verder met kleien.
Dit heel tevreden tafereel wordt plots onderbroken: ‘Mam, hoe ben je de afgelopen vijf jaar veranderd?’

Ik krijg mijn thee nog net doorgeslikt voor ik in de lach schiet. ‘Wat zeg je nou?’
Mijn man kijkt ook op.

‘Nou, vertel eens?’ Cato kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Of vind je het een te moeilijke vraag? Weet je het misschien niet meer? Ben je wel veranderd?’
Ondertussen drukt ze een bruin bolletje klei tot koekje.
Behulpzaam zegt ze: ‘Je bent natuurlijk veel ouder geworden hè.’ Ze gaat door: ‘Volgens mij had jij vijf jaar geleden die rimpels bij je ogen nog niet.’

Ik slik even. Dan zeg ik: ’Uhm, ja, klopt helemaal.’ Ik adem diep in en zeg: ’Maar goed, vijf jaar geleden wist ik bijvoorbeeld ook een hele hoop dingen nog niet die ik vandaag wel weet. Dus je zou kunnen zeggen dat ook mijn hersenen zijn veranderd.’

De klei even vergetend, gaat Cato achterover in de stoel zitten. Met een schuin hoofd duwt ze haar bril wat hoger op haar neus. ‘Huh, ik dacht dat je hersenen niet meer veranderen als je zó oud bent als jij?’
De oprechtheid van een kind.

‘Vertel eens waarom je dat denkt?’
‘Nou, volwassenen weten toch alles al.’
Ik vraag hoe ze toch bij zo’n wijze vraag komt.
‘Van het labeltje dat aan jouw theezakje hangt! Daar staan altijd grappige vragen op. Van die vragen die je niet zo vaak bedenkt, en die in je hoofd blijven zitten omdat je er over nadenkt.’

Dat smaakt naar meer!

En zo begon het, mijn belangstelling voor filosofische gesprekken met mijn dochter. Ik wilde meer van dit soort denkgesprekken. Dus ging ik op zoek naar handvatten en vroeg het gratis kennismakingspakket van Filosovaardig aan. Daarin zaten vijf Praatprikkel-vragen.

Ik polste Cato of ze het leuk zou vinden om te kletsen over ‘vragen die je aan het denken zetten.’ Na haar reactie: ‘Ja! Vind ik denk ik wel leuk’, heb ik haar laten kiezen uit die vijf filosofische vragen uit de Praatprikkels.

Kun je verdriet uitzetten?

Ze koos voor: ‘Kun je verdriet uitzetten?’
Er staat een tekening van een kindje op het kaartje. Het kindje kijkt niet vrolijk. Verdrietig, zelfs.
‘Kun je verdriet uitzetten?’ leest Cato hardop.

We kijken elkaar aan. We zitten samen lekker ontspannen op de bank. Haar antwoord komt zonder twijfel: ‘Nee, dat kan niet, hoor.’
‘Vertel eens, waarom niet?’
‘Dat kan gewoon niet.’
Ze aait de poes die bij haar op de bank is gesprongen.

‘Zouden poezen ook verdriet hebben, denk je?’
Bedenkelijk kroelt ze achter een poezenoortje. De eigenaresse van dat oor spint dat het een lieve lust is.
‘Hmm, misschien wel, want ze zijn ook blij. Als ze spinnen.’

‘Wat is verdriet eigenlijk?’
‘Een gevoel. Iets dat je voelt.’
Kun je het aanraken? ‘Ja, als je tranen hebt wel.’

Verdriet uitzetten

Ik vraag haar of er geen knopje is om verdriet uit te zetten. Als je het verdriet bijvoorbeeld niet wilt?
‘Nee.’ Ze rolt nog net niet met haar ogen. ‘Je hebt toch geen knopjes aan je lijf! Er is geen knopje.’ Ze praat door: ‘Want dat zou ook niet goed zijn hè. Als je verdrietig bent, dan moet je dat niet uitzetten.’

‘Het lijkt wel of je verdriet goed vindt, is dat zo?’
Ze haalt diep adem. ‘Ja. Want anders moet je de hele dag alleen maar boos zijn of lachen.’

Deze denk ik te snappen. Toch vraag ik haar om het een beetje uit te leggen.
‘Nou, zou jij in een wereld willen leven met alleen maar vrolijkheid, jaloezie, boosheid, en zo? Dat je nooit lekker kunt huilen omdat je verdrietig bent. Bijvoorbeeld als je huisdier doodgaat, dan kun je ook niet even lekker uithuilen. Of bijvoorbeeld als je gevallen bent, dan kun je ook niet huilen.’

‘Dus eigenlijk is het heel fijn om toe te kunnen geven aan je verdriet,’ concludeer ik hieruit. ‘Hé, en wat doe je dan met het verdriet, als je het niet kunt uitzetten?’
Het antwoord komt zonder erover na te denken: bespreken met je beste vriend of vriendin of met je moeder of vader.

Dat vind ik fijn om te horen. ‘En wordt het dan minder, het verdriet?’
Ze knikt ja. Ondertussen heeft ze haar roze eenhoorn erbij gepakt. Manen en staart worden heftig geborsteld.
‘Ja, wel een beetje. Dan schuif je het een beetje een soort van aan de kant.’
De eenhoornstaart wordt gevlochten. ‘Dan moet je gewoon even: (haalt diep adem) diep inademen en weer (ademt lang uit) pfffffffffffffffffff uitademen.’

Lekker gezellig kletsen

Ze kijkt op van haar eenhoorn. ‘Wel lekker gezellig kletsen zo hè, mama?”
Dat was precies wat ik ook vond. Een ouder-kind moment op een heel bijzondere manier: het gevoel van saamhorigheid is mooi. Er is geen fout antwoord. Je kind voelt zich echt gehoord. Jij leert je kind nog beter kennen. Filosoferen met je kind brengt kleine geluksmomentjes.

Wat mij betreft houden we de Praatprikkels erin. Maar wat vindt Cato…?

‘Hoe vind je het, de kaartjes met een vraag en tekening, om daar samen over te kletsen?’

Een lachend gezicht: ‘Heel leuk! Doen we nou de volgende?’

Lees ook

 

Filosofie wordt kinderspel met onze materialen!

One comment

  1. Wat inzettend leuk en waardevol om te lezen 🙂
    En inspirerend voor thuis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De waardering van www.filosovaardig.nl/webshop-kinderfilosofie/ bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.4/10 gebaseerd op 403 reviews.