Shopping Cart
hart icoon

Weinig (Nederlandse) taal, wel een verhaal

Deel dit blog:

In gesprek met kinderen zonder taalLeerkracht Klaartje Kuitenbrouwer wil het creatieve en filosofische denken in haar kleutergroep stimuleren. Daarnaast vindt ze het voeren van gesprekken belangrijk, ook bij de kinderen die nog weinig Nederlands hebben om zich uit te drukken. Ze gebruikt hierbij boeken, spelmaterialen, lichaamstaal, stiltes, spel en veel creativiteit. Laat je inspireren!


 

In mijn kleutergroep in Amsterdam nieuw-west spreken vrijwel alle kinderen meer dan één taal:

  • Dilhan spreekt thuis Turks en Bulgaars en leerde op de voorschool voor het eerst Nederlands.
  • Adil hoort thuis vanaf zijn geboorte Nederlands en Arabisch.
  • De ouders van Tina spreken alleen Portugees met haar.
  • De 5-jarige Leo is drie maanden geleden verhuisd vanuit Hong Kong en hoorde toen voor het eerst Nederlands.

Vanzelfsprekend lopen in mijn groep de taalniveaus in het Nederlands flink uiteen. In gesprekken waar ik creatief denken bij kinderen wil stimuleren, zoek ik daarom naar manieren om een gesprek niet alleen verbaal te voeren.

In dit blog lees je alternatieven die in mijn praktijk werken en die wellicht de moeite waard zijn eens te proberen in jouw eigen groep. Je leest ook over het belang van het voeren van betekenisvolle gesprekken voor de taalontwikkeling. Dit inspireert mij, en hopelijk jou ook, om ruimte te geven aan de verhalen van kinderen die nog weinig actieve Nederlandse taal tot hun beschikking hebben, maar uiteraard wel creatief kunnen denken.

Gesprekken die creatief denken stimuleren kunnen filosofisch zijn, maar zijn dat, zoals je ook in onderstaande voorbeelden kunt lezen, niet altijd. Als je meer wil weten over wanneer een gesprek wel of niet filosofisch is, dan ben je op de site van Filosovaardig natuurlijk aan het goede adres. Bij de leestips onderaan het artikel vind je meer achtergrondinformatie.

Laat kinderen hun ideeën non-verbaal verwoorden

Het eerste alternatief voor verbale reacties ligt voor de hand: non-verbaal. Hiermee bedoel ik dat kinderen zich vooral uiten door gebaren of door doen, waar eventuele verbale taal ondersteunend is. Maar hoe doe je dat op een manier die ook ruimte geeft aan de creativiteit en filosofische ideeën van kinderen? Drie inkijkjes uit mijn praktijk:

Bouwen

Ik lees in de groep een verhaal van uil. Uil krijgt in dit verhaal De Winter op bezoek, wat geen onverdeeld genoegen blijkt te zijn: de Winter stormt door het huis, blaast de haard uit en maakt een harde, groene ijsklont van de erwtensoep. Gelukkig weet Uil deze gast de deur te wijzen en keren de rust en warmte terug in het huis van Uil.

Na het verhaal vraag ik aan de kleuters waarom De Winter bij Uil binnenstormde. In het gesprek wat volgt, worden mooie ideeën uitgewisseld (‘De Winter had het koud’, ‘De Winter rook de soep en had honger’), maar niet iedereen doet actief mee. De eindconclusie is dat we een eigen huis voor De Winter moeten bouwen, en daarbij is wel iedereen actief. In het bouwen komen van alle kleuters hun ideeën terug over wat het huis voor De Winter kenmerkt.

Twee jongens zijn met kapla in de weer. Ze bouwen en gooien het dan weer om, bouwen weer wat en gooien het weer om.

‘Ah, het huis voor De Winter?’ vraag ik.

Eén van de jongens knikt. ‘Psssjjjj’ roept hij.

‘Psssjjjj’ antwoord ik hem.

In het midden van de kapla-ravage zet de andere jongen een stoeltje. ‘Stoel. Voor De Winter,’ licht hij toe.

Tevreden kijken we alle drie naar het huis, omdat het klip en klaar is dat De Winter hier graag zou razen.

Uitspelen

We hebben de afgelopen tijd gewerkt met het prentenboek Een IJsbeer in de tropen en deze week hebben we samen een verteltafel gemaakt waar de kinderen het verhaal kunnen spelen.

Tina en Adil zitten aan de verteltafel. Ze gaan al spelend het boek door. Als het einde is gespeeld, vraag ik of het verhaal ook anders kan eindigen. Adil begint meteen te vertellen: een verhaal vol gevaarlijke ijsrotsen, waar een Lamborghini in voorkomt en, inderdaad, een ander einde.

Tina kijkt stil toe. Dan zet ze de IJsbeer en andere personages uit het boek op tafel en speelt, zonder woorden te gebruiken, haar alternatieve slot: de kleine ijsbeer blijft in de tropen en de orka haalt vader ijsbeer op. Samen klimmen ze in een boom.

‘Gezellig’, zeg ik, en Tina knikt blij.

Beeldend werken stimuleert de taal

We bekijken het prentenboek Max en de Maximonsters en ik vraag: waaraan herken je een monster? De meningen zijn verdeeld als ik vraag of monsters ook aardig kunnen zijn.

Daarna nodig ik de kinderen uit om een monster te maken. Op de tafels staan stiften, maar ook stukjes stof, knopen, aluminiumfolie, bubbeltjesplastic. Er worden monsters in verschillende soorten en maten gemaakt. Aan de hand van het kleurgebruik en de groottes van de figuren, blijken de verschillende karakters en emoties van de monsters.

Sommige kinderen vertellen er ook iets bij:

‘Mijn monster heef kapotte kleren. Toen ging hij naar een huis en zag hij een man en een jongen. De man en de jongen gingen wegrennen en toen was die man opgegeten. De jongen niet want die was snel en de monster sloom.

Een lieve monster.

Bijten.

Zacht bijten.’

Beelden helpen jonge kinderen (meertalig of niet) ook in het verwoorden van hun verhaal. Eigen werk, praatplaten of prentenboeken zijn hierbij een mooi hulpmiddel. Ook met de Praatplaatjes, een set van 50 illustraties waarmee filosofische vragen onderzocht kunnen worden, kan met beeld een gesprek worden gestart. Zo geef je kinderen de mogelijkheid non-verbaal een antwoord te geven (door aan te wijzen) of ze de beelden ondersteunend laten gebruiken bij het verwoorden van hun verhaal.

Maak gebruik van de moedertaal

Het nog niet goed kunnen verwoorden van gedachtes in het Nederlands, betekent niet dat een kind geen taal tot zijn of haar beschikking heeft. Waarschijnlijk kan een kind in de moedertaal een hoop meer vertellen. Mijn Turks/Bulgaars/Portugees/Arabisch is helaas niet goed, dus ik kan hierin de kinderen uit mijn groep niet actief helpen. Maar ik kan wel ruimte geven aan de andere talen, bijvoorbeeld door kinderen iets aan elkaar te laten vertellen, een collega met meer talenkennis in te zetten of ouders te vragen.

We zijn naar een voorstelling in Het Concertgebouw geweest. De volgende dag praten we na en bekijken we filmpjes van de voorstelling. Ik stel vragen over de muziek en vraag kinderen welk verhaal ze erbij horen. Veel kinderen steken hun vinger op en vertellen mooie verhalen. Dilhan kijkt aandachtig, maar blijft stil.

’s Middags bekijkt mijn collega de filmpjes met Dilhan en ze praten erover in het Turks. Bij een fragment van twee dissonant spelende muzikanten, vertelt Dilhan, in het Turks: ‘Ze hebben ruzie. De contrabas is groot, maar de cello is ook belangrijk.’

Wil je meer weten over het belang van de moedertaal in het leren van Nederlands en voor de identiteitsvorming van het kind, kijk dan eens op de site van Meertalig of bekijk één van de artikelen over dit onderwerp in onderstaande bronnenlijst.

Laat sommige taaldoelen (even) los

Uiteraard heeft het stimuleren van de (Nederlandse) taalontwikkeling een belangrijke plek in mijn groep. Natuurlijk geef ik ook feedback bij onduidelijke of foute taaluitingen van kinderen, bijvoorbeeld door een zin correct te herhalen (Verhalen & Walst, 2011). Maar tijdens sommige gesprekken laat ik deze technieken juist even los, bijvoorbeeld als ik verhalen van kinderen opschrijf.

In haar boek Princesses, Dragons and Helicopter Stories breekt Trisha Lee een lans voor het opschrijven van verhalen zonder correcties. Schrijf precies op wat de kinderen zeggen, zonder daar iets aan toe te voegen, stelt ze. Zo houd je de poëzie en de eigenheid vast van de taal wat het kind op dat moment gebruikt. En geef je het kind het vertrouwen om vaker en meer te vertellen.

Daar zit iets in: in het stimuleren van de creativiteit en bij het voeren van filosofische gesprekken wil je dat kinderen zich vrij voelen om alle soorten gedachtes te delen. Laat kinderen daarom vertellen in de woorden die ze tot hun beschikking hebben, in de vorm die zij op dat moment beheersen. De correcte grammatica waarin ze dat doen, komt heus nog wel.

Fahd heeft een collage gemaakt en vertelt:

‘De gele gaan naar de papa en geeft knuffel. En toen de gele papa en de gele mama ging liggen in de zon. En toen de oranje gaat met mijn vriendje kijkt op de zwembad. En toen mama en blauwe broertje ging op de zwembad.’

Ik schrijf het verhaal woordelijk op en daarna lees ik het voor. Fahd straalt. ‘Ja’ zegt hij zacht.

Een verhaal of een antwoord kan ook uit maar een paar woorden (of één woord) bestaan:

Tina vertelt bij haar collage:

‘Dit blauwtje.

Die rood.

Ja.’

Ik schrijf het op en lees het voor. Tina knikt. ‘Ophangen’ zegt ze wijzend naar de muur. Dit verhaal mag gezien worden.

Als ik een door een kind gedicteerd verhaal voorlees, zie ik altijd trots bij het kind. Deze trots geeft het kind vertrouwen om meer taal te gaan gebruiken de klas, waardoor deze taal alleen maar meer versterkt wordt. Een waardevol proces, juist ook voor de taalontwikkeling. Ook uit onderzoek blijkt dat het voeren van betekenisvolle gesprekken stimulerend is voor de taalontwikkeling van (jonge) kinderen.

Gebruik zelf meerdere ‘talen’

Een gesprek met kinderen die nog weinig actieve Nederlandse taal hebben, komt pas echt op gang als je zelf ook andere ‘talen’ inzet: bouw, speel en teken vooral mee! Sta ook eens stil bij hoeveel je zelf praat in een gesprek, en hoe vaak je stiltes laat vallen. Stiltes helpen kinderen om hun gedachtes om te zetten naar een (non-)verbale bijdrage aan het gesprek.

In een opleiding die ik deed, kreeg ik als tip om tijdens gesprekken regelmatig een slokje thee te nemen, zodat er stilte ontstond (ik praatte nogal veel). Ik filmde mijn gesprekken en wat bleek: de momenten van stilte leverden verrassende bijdragen van mijn gesprekspartners op, iets wat bij (filosofische) gesprekken goed van pas komt.

Er leiden natuurlijk vele wegen naar een gesprek, maar bovenstaande manieren kunnen wellicht ook jouw praktijk verrijken, met name voor kinderen die niet vooraan staan bij een verbaal gesprek. Want één ding is zeker: ook kinderen met nog weinig Nederlandse taal, hebben een verhaal. Laat die verhalen niet liggen.

Lees- kijk- en luistertips:

Over filosofische gesprekken
Over de kansen van meertaligheid
Over het belang van het voeren van betekenisvolle gesprekken voor de taalontwikkeling
Materialen om te gebruiken in de groep

 

Filosofie wordt kinderspel met onze materialen!

De waardering van www.filosovaardig.nl/webshop-kinderfilosofie/ bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.4/10 gebaseerd op 394 reviews.