Shopping Cart
hart icoon

Een heel fout maar goed antwoord van de juf

Deel dit blog:

Vragen en antwoorden over de aarde‘Er was iets veranderd. De kinderen wilden nu het ‘goede’ antwoord weten. De onbevangenheid was weg.’ In dit gastblog vertelt Ingrid Bouma hoe zij door zelf een antwoord te geven haar eigen les verstoorde. 

‘Wat is de bovenkant van de wereld?’ vroeg ik en ik gooide de wereldbol naar Sumeya. Zij zat bovenop de glijbaan al te wachten met haar armen wijd open. Ze ving de bal en zei: ‘de Noordpool’. Lachend gooide ze de bal naar Hedzer.
‘Hoe kun je dat weten?’ vroeg Hedzer.
Jelle zei: ‘dat kun je niet weten want de aarde is een bol. Van een bal weet je ook niet wat het begin en wat het einde is en je weet ook niet wat onder of boven is’.
Najim was het hier niet mee eens. ‘Als je een bal vasthoudt, dan is er wel een boven- en een onderkant. Dus moet er toch ergens een bovenkant zijn.
Froukje voegde hier aan toe: ‘Je kunt iets bovenop een bal leggen maar niet onderop. Er is dus verschil’.
‘Dit klopt echt niet’, zei Eef. ‘Niemand houdt de aarde vast. Hij is veel te groot en hij draait.’

Een draaiende bol

‘Hoe kun je op een snel draaiende bol blijven staan?’ Ik gooide de bal naar Jesse Wander die enthousiast met zijn vinger zwaaide.
‘Als je zo snel draait, blijf je plakken. Als je een emmer met water rondslingert, dan blijft het water gewoon plakken aan de emmer. Wij zitten net zoals het water in de emmer geplakt op de aarde’.
Sommige kinderen herinnerde zich dat zij dat hadden gezien op het jeugdjournaal. Thuong bedacht dat je blijft plakken als ‘op je kop’ aan de aarde hangt. ‘Ik heb nog nooit gehoord van iemand die van de aarde afgevallen is’.

‘Kun je wel van de aarde af?’, vroeg Marian zich ineens af. De kinderen kwamen al snel met voorbeelden: vogels, vliegtuigen, ballonnen en raketten kunnen er van af. ‘Maar je komt wel altijd terug op aarde’.
‘Je kunt zelf niet kiezen om van de aarde af te springen. Zelfs niet als je op je kop hangt’.
‘Alleen astronauten kunnen echt weg maar zij komen ook terug’.
‘Waar kun je heen?’
De ene vraag buitelde over de andere.
‘Dan is de aarde ook een beetje een gevangenis,’ bedacht Eef terwijl ze om zich heen keek. ’We kunnen niet weg’.

Het goede antwoord

Waarom vallen we niet van de aarde af?Ondertussen zat Jesse Wander al een tijd stil voor zich uit te staren. Ik vroeg hem wat er aan de hand was. Hij antwoordde: ‘Ik snap het niet meer. Hoe kan het dat de aarde zo hard draait en dat we er niet vanaf vallen? In de speeltuin val je toch ook van de draaitol? Daar kun je haast niet op blijven staan’.

Hessel gaf antwoord. ‘Het komt door de zwaartekracht van de aarde. Het heeft met het draaien van de aarde niets te maken. De zwaartekracht werkt als een soort magneet en daarom blijft alles op de aarde’. Ongelovig keken de leerlingen hem en mij aan. Ze vroegen me of het klopte.

Een heel fout maar goed antwoord van de juf

Ik gaf Hessel gelijk. ‘De zwaartekracht zorgt er inderdaad voor dat je aan de aarde blijft kleven,’ vertelde ik. ‘Daarom valt een appel altijd op de grond’. Het werd ineens een lesje natuurkunde. Ze geloofden me op mijn woord. Hessel vertelde dat hij graag boeken las over het heelal en de aarde. Hij werd spontaan uitgeroepen tot heelal-expert.

Er was iets veranderd

Even later gingen we verder. ‘Hangen we nu op de kop? vroeg Naomi aan Hessel. Er was iets veranderd. De kinderen wilden nu het ‘goede’ antwoord weten en niet meer zelf een mogelijk antwoord bedenken. Door mijn antwoord had ik de vrijheid van de leerlingen om zelf naar antwoorden te zoeken beperkt. De onbevangenheid was weg.

Een goed antwoord van Hessel

Hessel had een prima antwoord gegeven. Hij had een waardevolle bijdrage aan het filosoferen kunnen geven als ik de leerlingen de ruimte had gegeven om hun vragen te stellen. Zij hadden zichzelf en Hessel met hun vragen uitgenodigd om door te gaan met filosoferen. Mijn antwoord zorgde ervoor dat hij alleen nog maar ‘goede’ antwoorden wilde (of durfde?) te geven. Hij was nu immers een erkende expert.

Een fout antwoord van de juf

Mijn ‘goede’ antwoord pakte dus heel fout uit. De vrolijke uitwisseling van gedachten veranderde in een gesprek waarin het draaide om goed of fout. Blijkbaar telde vanaf mijn ‘goede’ antwoord ineens alleen nog bewezen ‘goede’ antwoorden. Er werd niet meer gezocht naar mogelijkheden maar naar feiten.

Wijze les

Kinderen kunnen heel goed filosoferen. Ik kan daaraan bijdragen door veel vragen te stellen. Het zelf beantwoorden van vragen hoort hier niet bij. Ik hoor juist nieuwsgierig en onwetend te zijn.
De volgende keer bijt ik liever het puntje van mijn tong af, dan dat ik nog een keer een antwoord geef.

Kijktip

Socrates heeft in de vijfde eeuw voor Christus 470 voor Christus het goede voorbeeld gegeven door heel veel vragen te stellen..
Een kort filmpje uit de serie van: ‘Human: ‘Durf te denken’’ uit 2012 laat dit zien.

Lees ook

Tips uit de Webshop Kinderfilosofie

2 comments

  1. Mooi Ingrid, onderzoekvragen stellen en de wil om LL antwoorden te geven uitstellen is al vragen om eigen denken over…..de vraag. Toch denk ik dat kinderen graag duidelijkheid en een juist antwoord (wat is juist?) verdienen aan het eind van een les. 1 en 1 kan dus ook 3 zijn:)

    1. In een filosofieles denk je na over vragen waar je niet met kennis op kunt antwoorden. Natuurlijk komt er tijdens het gesprek wel eens “kennis” voorbij en daar kun je duidelijkheid over geven. Maar op een filosofische vraag kun je geen vast antwoord geven. Het is dus juist problematisch als de leerkracht dat wel doet. Een kind neemt het antwoord van de leerkracht dan aan als kennis, terwijl dat geen kennis is maar een idee of mening van de betreffende leerkracht. Je ontneemt kinderen daarmee de ontwikkeling van hun eigen denken en persoonlijkheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De waardering van www.filosovaardig.nl/webshop-kinderfilosofie/ bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.4/10 gebaseerd op 283 reviews.