fbpx
Shopping Cart
hart icoon

Filosofie lesidee: Kun je gelukkig zijn met niets?

Deel dit blog:

De uil Dio heeft niets nodig

We voelen allemaal aan dat geld en materiële zaken niet wezenlijk gelukkig maken en toch wil bijna iedereen er veel van hebben. Dit soort tegenstrijdigheden zijn interessant om met kinderen over in gesprek te gaan. Bijvoorbeeld door samen na te denken over de vraag: kun je gelukkig zijn met niets? Lees dan bijvoorbeeld eerst het korte verhaal voor over de uil Dio die demonstratief zegt niets nodig te hebben. Je vindt het terug in dit gratis lesidee.

Je begint deze les met het voorlezen van het verhaal ‘Dio heeft niets nodig’. Onder het verhaal staan praattips om na het voorlezen met kinderen te filosoferen.

Het verhaal is gebaseerd op de ideeën van de filosoof Diogenes uit de Griekse oudheid. Hij zei dat hij niets nodig had. Hij woonde in een regenton. Zijn enige bezittingen waren een mantel, een kom om uit te eten en een nap om uit te drinken. Zoiets wil Dio de uil ook.

Dio heeft niets nodig

‘Een dier heeft niets nodig,’ zei Dio de uil stoer. Hij zat op de dikste tak van zijn eik. Alle andere dieren van het bos zaten om hem heen. Ze keken hem vol verwachting aan. Elke dag legde hij hier op deze plek aan de dieren uit hoe het leven in elkaar zat. Hij deelde zijn wijsheden graag. Haas, ekster, muis, ree, vos, reiger, boktor, ze waren er allemaal. 

‘Echt, je hebt echt helemaal niets nodig,’ zei hij nog een keer. 

‘Zo,’ zei de haas. ‘Wat doe jij hier dan nog in de mooiste en dikste eik van het bos. 

Daar wist Dio even geen antwoord op. Hij besloot een wijs gezicht te trekken en niets te zeggen. De dieren zouden denken dat hij nu iets slims dacht. Dat dachten ze vaak. Ze keken hem dan altijd vol bewondering aan. Maar vandaag niet. 

‘Ja,’ riep de ekster. ‘Waarom woon jij daar dan zo luxe, hè.’

‘Dat zou ik ook wel willen weten,’ piepte de muis. 

‘Jij met je praatjes altijd,’ mopperde de boktor.

Alle dieren gingen tekeer tegen de uil. Dio begreep er niets van. De dieren hadden altijd aan zijn snavel gehangen en nu waren ze ineens allemaal tegen hem. 

Hoe kan dat nou?

‘Waarom doen jullie zo onaardig?’ vroeg hij zich hardop af. 

‘Omdat je niet doet wat je zegt,’ merkte de vos slim op. ‘Dat is vals.’

Daar keek de uil van op. Vals? Hij? Dio, de uil, de wijste, aardigste, beste van het bos. 

‘Wie zegt dat ik hier wil blijven wonen? Als ik een nieuw wijs idee heb, dan voer ik het meteen uit!’ flapte Dio eruit en hij kon nu niets anders doen dan wegvliegen. 

‘Waar ga je heen?’ riep haas.

‘Ik ga erachteraan,’ floot de ekster. ‘Ik ben zo terug.’

Dio was snel maar Ekster zag hem nog net in de verte tussen de bomen naar beneden vliegen. Vlug vloog Ekster er ook heen. 

Waar ben je?

‘Dio,’ riep de ekster. ‘Dio, waar ben je?’ Hij landde op de grond en trippelde in het rond op zoek naar Dio.

‘Hier,’ hoorde hij. Ekster draaide zich snel om naar waar het geluid vandaan kwam. Hij zag een grote open plek met in het midden één wilde rabarberstengel met blad. Een groot blad, net iets groter dan een uil. Daaronder zat Dio. 

‘Hier woon ik nu. Ik zit hier droog, meer heb ik niet nodig.’

Ekster kwam dichterbij. ‘Daar geloof ik niks van. Zo’n leven met zo weinig spullen, dat hou jij nooit vol. Zeg maar wat je hebben wil, ik zal het voor je regelen. Goud, zilver, diamanten, wat wil je?’

‘Ik wil niets hebben, dat heb ik toch duidelijk gezegd. Ik heb niets nodig om gelukkig te zijn. Maar, als ik alles van je kan krijgen, wil je dan een stap opzij doen, want je staat voor de zon’. 

Ekster wist even niet wat hij moest zeggen. Hij was dol op mooie spullen. Maar hij was er ook altijd heel druk mee. Hij moest er altijd maar naar zoeken en het steeds oppoetsen. Het kostte veel tijd, hij had nooit rust. Terwijl Dio hier onder het grote rabarberblad wel rust had. Dio kon hier genieten van het mooie weer. Misschien was het idee van de wijze uil zo gek nog niet. 

Daarom zei Ekster: ‘Als ik Ekster niet was, zou ik Dio willen zijn,’ want Ekster zou graag ook rustig willen zitten.

Dio knikte. Daar zei Ekster iets wijs en hij antwoordde. ‘Inderdaad, en als ik Dio niet was, zou ik ook Dio willen zijn’. Zo tevreden was hij nu met zichzelf en zijn nieuwe leven vol rust en simpelheid. 

Napraten

Praat na over dit verhaal. Kunnen de kinderen zich voorstellen dat ze helemaal niets hebben? Zouden ze dan gelukkig zijn? Laat het napraten rustig overgaan in filosoferen door onderstaande graafvragen te stellen. Vraag ook steeds waarom ze vinden wat ze vinden. Stel daarbij ook vragen als: Hoezo? Is dat zo? Hoe weet je dat zo zeker? Is dat altijd zo geweest? Is daar een regel voor?

Graafvragen

  • Ben je gelukkig als je heel veel speelgoed hebt?
  • Kun je gelukkig zijn als je helemaal geen speelgoed hebt?
  • Als je niets te eten hebt, kun je dan toch gelukkig zijn?
  • Kun je gelukkig zijn als je nergens kunt slapen?
  • Wat heb je in elk geval nodig om gelukkig te zijn?
  • Hoe zit het met kinderen in arme landen? Zouden die gelukkig zijn?
  • Kun je teveel spullen hebben?
  • Kunnen spullen je ook ongelukkig maken?
  • Wanneer ben je te rijk?
  • Wanneer ben je te arm?

Doe-opdracht verzamelen

Laat de kinderen uit hun kamer vijf dingen opzoeken die best weg mogen en vijf dingen die nooit weg mogen. Als je deze les in de klas gebruikt dan kan dit ook uit het hoofd gedaan worden door aan je kamer te denken en de spullen dan mondeling of schriftelijk op te sommen.

Praat vervolgens over de spullen. Waarom kan het wel/niet weg? Is dat echt zo? Zijn het allemaal goede redenen? Eventueel kun je de spullen die weg mogen ook daadwerkelijk weggeven aan bijvoorbeeld de kringloopwinkel of een asielzoekerscentrum.

Een gespreksfragment

‘Ik zou niet met niets kunnen,’ begint Rosalie. ‘Ik kan niet zonder mijn ouders want als ik dan ergens over in zit heb ik niemand om erover te praten.’

‘En als je wel je familie had, maar geen spullen?’ vraag ik verder.

Pieter kijkt daar heel praktisch naar: ‘Als je geen spullen hebt, hoef je ook nooit op te ruimen.’

‘Ja, en er zijn altijd nog wel spullen om je heen in de natuur waar je iets mee kan,’ denkt Rosalie.

Dat brengt Ilja op een gedachte: ‘In Afrika hebben ze helemaal niks. Ook op school niet. Ik ken iemand die is daar een keer geweest. Die kinderen wisten niet eens wat een pen was. Ze hadden alleen een potlood en daar waren ze superzuinig op.’

‘Misschien zijn zij dan wel gelukkiger,’ bedenkt Obbe. ‘Want als zij een snoepje krijgen, zijn ze misschien wel veel gelukkiger dan als wij een snoepje krijgen. Zij genieten meer en langer van de dingen.’

Voorleestips

De vraag waar je gelukkig van kunt worden is natuurlijk ook interessant voor de midden- en bovenbouw. Voor hen kun je voorlezen uit de volgende boeken:

Meer over filosoferen na het voorlezen

Meer lessen over geluk

Prentenboeken om mee te filosoferen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De waardering van www.filosovaardig.nl/webshop-kinderfilosofie/ bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.5/10 gebaseerd op 88 reviews.